Bestraling slokdarmkanker

Er zijn verschillende soorten slokdarmkanker. Het verschil is het soort cellen waaruit de kwaadaardige tumor is opgebouwd. Het meeste komt voor:

  • Plaveiselcelcarcinoom; ontstaat meestal boven in de slokdarm, plaveiselcellen vormen de bovenste laag van het slijmvlies.
  • Adenocarcinoom; ontstaat meestal onder in de slokdarm, de tumor ontstaat in het klierweefsel.

Hoe vaak komt het voor?
Jaarlijks krijgen in Nederland ongeveer 1.800 mensen slokdarmkanker (dat is 10 per 10.000). Het komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Meestal ontstaat het op een leeftijd van boven de 50 jaar.

Wat zijn de klachten?
In het begin zijn er weinig klachten. Later kunnen de volgende verschijnselen
optreden:

  • Slikklachten.
  • Passageklachten.
  • Klachten bij het eten; hoesten, hinderlijke hik, opgeven van voedsel.
  • Verminderde eetlust, gewichtsverlies.
  • Pijn achter het borstbeen of hoog in de rug.
  • Vermoeidheid en duizeligheid door bloedarmoede.
  • Heesheid.

Behandeling
De behandeling hangt af van de plaats van de tumor, het stadium van de ziekte en de lichamelijke conditie. De aanpak kan bestaan uit:

  • Een operatie.
  • Bestraling.
  • Chemotherapie.
  • Chemoradiatie (een combinatie van bestraling en chemotherapie).
  • Plaatsing van een stent (een buisje dat de slokdarm open houdt).
  • Een combinatie van behandelingen.
                                                                                         volgende>>