Met dit bericht willen we u op de hoogte stellen van de studie die op 15 en 16 december 2015 veel aandacht heeft gehad in de media, betreffende de vergelijking in overleving van borstsparende behandeling en een niet borstsparende behandeling (amputatie).

Het betreft de studie van het IKNL die onder begeleiding van prof S. Siesling uitgevoerd is. De resultaten zijn begin december gepresenteerd tijdens een congres in San Antonio (VS): SABCS.

Vrouwen met borstkanker in een vroeg stadium lijken meer kans te hebben om de ziekte te overleven als ze een borstsparende operatie in combinatie met bestraling ondergaan. Amputatie van de borst zonder bestraling lijkt een minder gunstig effect te hebben, blijkt uit onderzoek van het Integraal Kankercentrum Nederland.
Mogelijk zorgt de bestraling ervoor dat patiënten uiteindelijk genezen, maar dat is nog niet met zekerheid te zeggen. Bij amputatie kunnen mogelijk eerder kankercellen in het borstweefsel achterblijven.
Bij het onderzoek is rekening gehouden met allerlei verschillen, zoals de grootte en eigenschappen van de tumor.
De onderzoekers bestudeerden de gegevens van ruim 37.000 vrouwen bij wie tussen de jaren 2000 en 2004 een vroeg stadium van borstkanker werd ontdekt. Van de vrouwen die een borstsparende operatie ondergingen, was na tien jaar nog 76,8 procent in leven. Bij vrouwen van wie de borst was geamputeerd, was dat 59,7 procent.
De uitkomsten van het onderzoek worden beïnvloed doordat de vrouwen die een borstamputatie kregen slechtere vooruitzichten hadden dan de anderen. Zij waren ouder en de kenmerken van de tumoren waren ongunstiger. De onderzoekers hebben daarvoor zo goed mogelijk gecorrigeerd, maar die invloed is niet helemaal uit te sluiten.

Commentaar
De overlevingskansen lijken na een borstsparende behandeling duidelijk beter te zijn. Voor deze bevindingen worden meerdere verklaringen gegeven: o.a. verschillen in tumorkenmerken, verschillen in patiëntkenmerken en verschillen in de toepassingen van bestraling tussen de twee groepen. Volgens de onderzoekers heeft het altijd toepassen van de bestraling van de borst bijgedragen aan de betere overleving bij patiënten die borstsparend werden behandeld. Sterke punten van dit onderzoek zijn het grote aantal studiepatiënten, de lange observatieperiode en het landelijk karakter. Onduidelijk is vooralsnog in welke mate er andere verklaringen zijn voor het  grote verschil in overleving tussen de twee groepen. De onderzoekers geven dan ook aan dat nader onderzoek moet volgen om meer zekerheid te verkrijgen. Er is onder borstkankerpatiënten veel onrust ontstaan nadat de resultaten van deze studie werden beschreven in de pers. De berichtgeving was helaas niet altijd voldoende genuanceerd. Daarom moet worden benadrukt dat borstkankerpatiënten van nu nauw betrokken worden bij het bepalen van de keus: of sparend of niet sparend (amputatie).